Een Labradoodle heeft een prachtige vacht, maar om deze mooi te houden moet je hem wel goed onderhouden. Wekelijks borstelen is een must. De eerste maanden gaat dit nog heel makkelijk omdat de puppievacht nog dun en heel zacht is, maar juist deze periode moet je gebruiken om je pup te laten wennen aan het borstelen. Kies een borstel met een zachte en een hardere kant en borstel elke week om te wennen. Ook op de moeilijk bereikbare en gevoelige plekjes, zoals oksels en buik. Vergeet de oren, voetzooltjes en het gezichtje niet aan te raken. Open ook af en toe zijn bekje, zodat hij hieraan went. Als je pup het borstelen niet zo fijn vindt, stop dan niet direct na een zielig piepje of klein grommetje. Ga juist dan nog even door, maar kies voor een plezierigere plek, zoals de rug, om toch succesvol deze borstelbeurt te eindigen. Zou je wel stoppen na een seintje van je hond dat hij er geen zin meer in heeft, dan ziet hij dit als een succesje en zal hij volgende keer dit weer proberen om zo van het borstelen af te komen. Ondersteun altijd de staart als je deze borstelt. Rond een maand of tien wisselt de hond van vacht, langzaam maar zeker wordt de vacht voller. Juist in deze periode is de vacht zeer gevoelig voor klitten. Borstel zeker twee uur per week en zorg ervoor dat je niet alleen de bovenste laag aan raakt, maar goed tot op de huid laagje voor laagje alle haren mee neemt.

De haren van de Labradoodle groeien, waardoor je regelmatig de vacht moet (laten) knippen. Hiervoor kun je terecht bij een trimsalon. Schaf daarnaast zelf ook een goede schaar aan zodat je makkelijk tussendoor de haren bij de voetzooltjes en de haren rondom de ogen kunt bijknippen. Knip ook gerust een klit weg, als je die tegenkomt tijdens het borstelen. Meestal zie je daar niets van, Labradoodles hebben een prachtige volle vacht. Trek niet aan de haren als je ze weg knipt, want dan trek je de huid mee en vergroot je de kans dat je je hond bezeert.